Alle honden komen uit ChinaBack
Door MARTIJN HOVER

Zelfs de meest verstokte kattenliefhebber  zal moeten toegeven dat een hond en mens een heel speciale band hebben. Archeologen zijn het erover eens dat de hond het allereerste huisdier was en al in menselijk gezelschap verkeerde lang voordat mensen geiten, schapen, koeien en paarden gingen houden.
Om van katten nog maar te zwijgen.
Hoe de hond precies tot huisdier is geworden, weet echter niemand.
De oudste hondenresten die door archeologen zijn opgegraven dateren van ongeveer 14.000 jaar geleden. Er zijn twee theorieën over het ontstaan van de hond.
De eerste zegt dat mensen ooit begonnen zijn wolvenpups in huis te nemen en te temmen, hetzij puur als
gezelschapsdier, hetzij als hulp bij de jacht, Dat lijkt aannemelijk, maar er valt toch wel wat tegen in te brengen, meldt het Amerikaanse wetenschapstijd­schrift Science, dat onlangs in één en dezelfde editie maar liefst drie wetenschappelijke onderzoeken naar de herkomst van de hond publiceerde. Het voornaamste bezwaar is gelegen in het temperament van de wolf, die zich slecht laat domesticeren, zelfs als hij van  jongsafaan door mensen wordt opgevoed.
Een plausibeler verklaring lijkt dat wolven op een zeker ogenblik als aaseters in de buurt van mensen zijn gaan rondhangen. Omdat mensen over het algemeen succesvolle jagers waren die ook met grote prooidieren geen moeite hadden, vormden zij voor zulke wolven een gemakkelijke voedselbron.In de loop der generaties ging het de wolven die de minste angst voor tweebeners hadden het meest voor de wind, waardoor ze uiteindelijk gescheiden raakten van hun meer voorzichtig aangelegde soortgenoten.
Uiteindelijk leerden deze wolven steeds beter het gedrag te 'lezen' van de mensen van wie ze afhankelijk waren geworden. Amerikaanse onderzoekers beschrijven in Science een proef waarbij werd bekeken in hoeverre honden en wolven in staat zijn om voedsel te ontdekken dat verborgen was onder een plastic beker als een mens ernaar wees.
De wolven brachten daar niet veel van terecht. De honden lukte het echter feilloos. In feite, melden de onderzoekers, zijn honden zelfs nog beter in het begrijpen van zulke aanwijzingen dan onze naaste verwant, de chimpansee.
Dat duidt erop dat een belangrijk deel van de evolutie van de hond erop gericht is geweest om menselijke lichaamstaal te leren begrijpen.
Een andere vraag is, waar honden voor het eerst werden gedomesticeerd. Algemeen werd tot voor kort aangenomen dat het in het Midden-Oosten moet zijn gebeurd, omdat daar de eerste onomstotelijke bewijzen voor de aanwezigheid van hondachtigen in de buurt van mensen zijn opgegraven. Zoals het aandoenlijke, 12.000 jaar oude graf van een jonge vrouw in Israël die was begraven met een puppie in haar armen.
Tegenwoordig zijn wetenschappers echter niet langer afhankelijk van archeologische opgravingen voor het beantwoorden van dergelijke vragen. Bestudering van het DNA van honden en vergelijking met het erfelijk materiaal van hun naaste verwante, de wolf, biedt onderzoekers een geheel nieuw venster op het verleden.
Een team van Zweedse en Chinese onderzoekers onderzocht het DNA van meer dan 500 hondenrassen van over de hele wereld en tientallen wolven uit Europa en Azië. Op grond van door mutaties veroorzaakte verschillen in het DNA waren zij in staat een ruwe 'stamboom' van de verschillende hondenrassen te maken.
De uitkomsten waren verrassend. Hoewel de honden in verschillende genetische groepen konden worden onderverdeeld, bleek de overgrote meerderheid zoveel overeenkomsten te vertonen dat de onderzoekers concluderen dat 'domesticatie van de hond waarschijnlijk op één geografische locatie heeft plaatsgevonden'. Omdat de onderzochte hondenrassen uit Oost-Azië de grootste onderlinge genetische diversiteit vertoonden, gaan de wetenschappers ervan uit dat de Oost-Aziatische hondenpopulatie de oudste is dat de hond met andere woorden in Oost-Azië is ontstaan. „China zou een goede gok zijn," aldus onderzoeker Peter Savolainen van het Koninklijk Technologisch Instituut in Stockholm.  

Bronvermelding Rotterdams Dagblad 7-12-2002

EERSTE IMPORTEN
Voordat het grote Do-Khyi avontuur kon beginnen zette al in de jaren 30 een Tibetaan voet op Nederlandse bodem die in veel hondenencyclopedieen en boeken vermeld staat: de beroemde Patiala, in bezit van diplomaat en wereldreiziger Ph. Visser. Deze kreeg genoemde hond ten geschenke van de Maharadja van Patiala. Patiala heeft de heer Visser en zijn vrouw op talloze reizen door de gehele wereld vergezeld. Patiala was toen natuurlijk een sensatie en talloze verhalen en anekdotes deden de ronde over deze bijzondere hond.

 

 

HET GROTE AVONTUUR
Toen in maart 1978, na jarenlange onderhandelingen en correspondentie, uiteindelijk vier pups uit India op Schiphol aankwamen, was dit het startsein voor de Nederlandse fokkerij. De bekende Mastiff-fokker Nol Kraaij uit Budel was via de Nederlandse ambassade in New Delhi in contact gekomen met fokker Captain Grewal. De heer Kraaij werd gesteund door mevrouw Sriwastava uit Wognum, die met een Indiase man getrouwd was en het administratieve gedeelte voor haar rekening nam. Maar voordat de vier pups, die uit de combinatie Sameru en Mirage geboren waren, eindelijk op Schiphol aankwamen was er nog een behoorlijke vertraging op het vliegveld en konden de kleintjes niet op tijd vertrekken. Jan Ravensburg, technical officer bij de ambassade in India, ontfermde zich over de hondjes en nam ze mee naar huis. Hij zou later een nog veel belangrijker rol gaan spelen. Hij stuurde de heer Kraaij namelijk enige maanden later nog een teef die als stammoeder op iedere Nederlandse stamboom staat: Desa Rani Sadyia, bijgenaamd ‘Smokey’.
Bij aankomst op Schiphol kon een getukkige mevrouw Sriwastava twee van de vier pups, Tashi en Nyima, in haar armen sluiten en de heer Kraaij nam de andere twee pups, Grey King en Dolma, mee naar huis. Tashi en Nyima hadden later een ongepland nest, dat geen invloed had op de fokkerij van de beginjaren omdat mevrouw Sriwastava alle pups aan vrienden en familieleden gaf.
Afgezien van de inteeltproblematiek vreesde ze toen al de vercommercialisering van het ras en zij was niet van plan hier aan mee te doen.


DE NEDERLANDSE STAMMOEDER
Grey King, wiens gezondheid vanwege een longkwaal nooit best was en die helaas ook niet oud mocht worden, dekte de reeds bovengenoemde Smokey in de kennel van Desaäl, volgens de heer Kraaij een ‘ongelukje’, want hij vond haar eigenlijk niet typisch genoeg en veel te klein. Des te groter was zijn verbazing over de homogeniteit van de twee reuen en vier teven die op 9januari 1979 geboren werden, en die hij allemaal zelf hield. De teven Rakaposhi Rajkumari, Makalu Rajkumari, Cho-Oyu Rajkumari en Nanda-Devi werden allen gebruikt voor de verdere fokkerij en staan op bijna iedere Europese stamboom vermeld.Tien maanden later kreeg Smokey haar tweede nest. Vader was deze keer de Zwitserse reu ‘Castor, in het bezit van dr Eichenberger, die deze evenals de teef Droyma, van één van zijn trektochten door het grensgebied van Bhutan-Tibet had meegebracht. Alleen de reu ‘Samson’ bleef in leven, de andere pups liet men inslapen. Een procedure die zich in de komende jaren nog vaker zou herhalen, want de heer Kraaij selecteerde streng. De net 11 maanden oude Rakaposhi Rajmkumari kreeg kort daarna zes pups van de Nepalese reu Samdup, in het bezit van de Franse acteur Alain Delon. Ook Dolma werd door Samdup gedekt en kreeg drie pups, waarvan Diamond en Pearl een rol in de toekomstige ontwikkeling van het ras zouden gaan spelen. In de jaren 1979-1984 werden in de kennel ‘van Desaal' 25 nesten geboren. In 1981 had de heer Kraaij ult Duitsland een zoon van de legendarische Nepalese import TU-Bo geimporteerd, die hij vanaf dat moment veel gebruikte. Zo bracht hij de gewenste verbetering in type en grootte. Yi-Dam Akbar’s beroemdste zonen zijn de wereldkampioenen Buddha van Desaal en Bumper.

FOKKERIJ
Door de hoge eisen die er tegenwoordig aan de fokdieren gesteld worden, staat de fokkerij er vandaag goed voor. Wel moet er gelet worden op steeds toenemende inteelt in sommige bloedlijnen. Kenmerkende kwalen kent het ras niet, maar wel moest het beeld van de " robuuste oerhond" in het algemeen
enigszins worden bijgesteld sinds onderzoeken zoals HD en oogonderzoek verplicht gesteld werden en snel genoeg bleek dat ook een Do-Khyi afwijkingen kan hebben zoals iedere andere bond. De waan van sommige fokkers dat alleen groot, groter, grootst mooi is, en die de oude uitspraak van Marco Polo dat hij honden aantrof ‘zo groot als ezels’, waar willen maken, zal het ras geen goed doen. Het streven naar gigantisme heeft bij andere rassen reeds grote schade aangericht. De Do-Khyi is noolt een reuzenhond geweest en mag het ook niet worden. Keurmeesters moeten erop bedacht zijn de Do-Khyi sound en beweeglijk te houden, met de gedachte aan een onvermoeibare nomadenhond die over moeilijk begaanbaar terrein loopt en springt. Een zeer zware hond van zo’n 70-80 kilo met enorme plooien en veel hangende huid in het gezicht rent nooit lichtvoetig onder barre omstandigheden achter schapen aan.